INTERNATIONAL BIOCENTRIC FOUNDATION
Rolando Toro Araneda

STUDIE REGLEMENT
VOOR DE OPLEIDING TOT BIODANZA DOCENT
SYSTEEM ROLANDO TORO
INTERNATIONAL BIOCENTRIC FOUNDATION
Rolando Toro System® School voor Biodanza – Antwerpen
STUDIE-REGLEMENT
1. Inleiding
Alle scholen staan onder de coördinatie van Biodanza International Foundation (IBF), een instelling die de toepassing van de Biodanza systeem in de wereld beheert. De scholen volgen een normatieve oriëntatie van dit (hier beschreven) reglement en het unieke programma van Biodanza, dat op geen enkele manier gewijzigd kan worden.
2. Toelating
De student die de Biodanza opleiding wil volgen meldt zich bij de directeur van de school waar hij/zij zich wil inschrijven. Voor toelating tot de school moet de student een minimum aan vijftig uur Biodanza vivencia gedaan hebben. In het geval dat de student niet de totale vereiste uren bezit, zal parallel aan, en gedurende de eerste zes maanden van de opleiding de student alsnog de mogelijkheid hebben de ontbrekende uren in te halen
3. Registratie
Om in te schrijven bij de school ontvangt de kandidaat van de directeur een afschrift van dit studiereglement, dat hij/zij moet lezen, na goedkeuring ondertekenen en terugsturen naar de directeur.
Hierna bezorgt de directeur aan de kandidaat een inschrijvingsformulier dat hij/zij moet invullen, en ondertekend terugbezorgen.
De kandidaat moet de directeur schriftelijk machtigen om de persoonlijke gegevens aan de IBF over te dragen.
4. Hoe zien de verschillende stappen van de opleiding eruit
4.1-Het programma en activiteiten
De opleiding duurt gemiddeld drie en een half jaar waarin het unieke Biodanza programma wordt voltooid. Dit programma heeft 28 theoretische vivenciele opleidingsweekenden betreffende specifieke theoretische en methodologische onderwerpen van Biodanza en conferenties (theoretische vivencial seminars) Theorie over onderwerp die betrekking hebben op Biodanza (elke lezing wordt gevolgd door een overeenkomstige vivencia en het aantal conferences bedraagt minimaal drie en maximaal acht volgens het criterium van elke directeur ), een of twee workshops Minotaurus Project, beide optioneel. (facultatief)
Het is zeer belangrijk dat de leerling deelneemt aan een wekelijkse Biodanzaklas voor de gehele duur van de opleiding.
Elke stage is gestructureerd in een gedeelte gewijd aan de theorie, en een gedeelte gewijd aan de vivencia, met een totale duur van twaalf uur. Gedurende de opleiding zal een manual worden verstrekt met didactisch materiaal inherent aan het thema en betrekking hebbend op het opleidingsweekend. In gebieden waar het boek werd gepubliceerd “Biodanza”van Rolando Toro, zal dit het handboek zijn voor de opleiding.
Tijdens de opleidingsweekenden van methodologie zal aan de leerlingen een catalogus van de muziek worden geleverd overeenkomstig de Officiële catalogus van oefeningen, aankondigingen en muziek van Biodanza.
De seminars bestaan uit theorische en vivenciele conferenties over theoretische onderwerpen die in verband staan met het Biodanza systeem. Volgens het criterium van elke directeur worden ze met een minimum van drie en een maximum van acht geplaatst in het programma van de opleiding. Elke conferentie moet worden opgevolgd door een overeenkomstige vivencia
Het thema van de laatste zeven weekenden van het unieke opleidingsprogramma zal gaan over de methodologie van Biodanza. In deze fase zal de student de methodologische instrumenten verwerven die nodig zijn om Biodanza te leren geven.
Aan het eind van het tweede studiejaar zullen alleen de studenten die aan de gestelde voorwaarden voldoen tot het derde studiejaar worden toegelaten, een praktische stage te volgen en een monografie te presenteren teneinde de titel van Biodanza docent te ontvangen. Zonder deze voorwaarden kan de student de opleiding niet voltooien
Zij die niet aan de gestelde voorwaarden voldoen kunnen niet deelnemen aan de weekenden methodologie van het derde studiejaar en krijgen aan het eind van het tweede jaar een certificaat van deelname dat hen GEEN recht geeft om als Biodanza docent te werken.
De gestelde voorwaarden zijn als volgt:
• de student geeft 70% aanwezigheid in het eerste en tweede studiejaar;
• de student heeft een goede geestelijke gezondheid;
• de student is niet verslaafd aan alcohol en/of drugs
4.2-De stage
Het unieke programma van Biodanza bepaald dat om een certificaat te verkrijgen het nodig is om studenten een praktische stage onder supervisie te laten hebben om de ervaring van een Biodanza groep te leiden op te doen. De student kan de stage pas beginnen na ontvangst van een officiële toestemming van de schooldirectie
De leerling wordt toegestaan na de goedkeuring van de directeur van de school indien, 80% van de resumés (geschreven rapporten) over de theoretische fase van de eerste en tweede schooljaar gemaakt zijn, en niet meer dan maximum van drie gemiste schoolopleidingweekenden hoeft in te halen, met de praktische stage onder supervisie kan beginnen na het (vijfde) V Methodologieweekend te hebben gevolgd.
De praktische stage bestaat uit een opeenvolging van Biodanza sessies waarvan acht (8) door een eigen Tutor-Didactisch Biodanza leraar worden begeleid, die verantwoordelijk is voor de begeleiding van de student. Indien diegene belast met de praktische stage geen kwalificatie heeft als didactisch leraar zal de student samen met de directeur besluiten welke didactisch docent de supervisies op zich zal nemen.
Als de student dat wil, is het mogelijk dat maximum twee van de acht supervisies gedaan wordt door een andere supervisor die deel uitmaakt van de docenten van de school.
Een minimum van zes van de acht supervisies van de student moet worden gedaan door eenzelfde tutor-didactische docent, die verantwoordelijke is voor de supervisies.
Als de student de wens uitspreekt om onder supervisie van de directeur van de school te staan, is het mogelijk dat vier supervisies gedaan worden door een didactische supervisor en de overige vier door de directeur.
De sessies van de praktische stage kunnen gevolgd worden door een of twee studenten onder supervisie. Supervisies gegeven voor meer dan twee studenten (onder supervisie) zijn niet geldig.
De groep voor de praktische stage moet door de student zelf worden georganiseerd. De student onder supervisie moet zelf de nieuwe deelnemers zoeken en organiseren voor het vormen van zijn/haar groep. Hij/zij mag een paar vrienden uitnodigen uit de eigen opleiding, om hem/haar door hun aanwezigheid te steunen.
Als na acht supervisies uit de evaluatie door de verantwoordelijke supervisor blijkt dat er nog wat hiaten zijn, zal de directeur verlangen dat er nog meer supervisies worden gedaan, telkens door dezelfde tutor-didactische supervisor.
Als de student graag wil doorgaan met zijn/haar praktische stage na de eerste acht supervisies, mag hij/zij dat doen met een extra maandelijkse supervisie geleid door de supervisor toeziend docent die verantwoordelijk is voor zijn/haar praktijkopleiding, totdat de titel van Biodanzadocent behaald is.
In het geval dat de verantwoordelijke superviserend docent niet beschikbaar is om de aanvullende supervisies te doen, zal hij/ zij worden verzocht een andere supervisor docent aan te wijzen die hij/zij de vervanging toevertrouwd, met gezamenlijke instemming van de directeur en de student onder supervisor.
De student die zijn/haar praktijkopleiding wil doen met een groep kinderen, zal minimaal veertien (14) supervisies moeten doen: acht met de groep kinderen en zes met een groep volwassenen.
De student onder supervisie mag geen Biodanza sessies binnen instellingen geven zonder de aanwezigheid van zijn/haar supervisor/ toeziend docent.
De reclamefolder die de praktijkstudent gebruikt moet zorgvuldig worden uitgewerkt, gebaseerd op het model dat de school aangeeft.
De praktijkstudent mag bijvoorbeeld geen publiciteit voeren via de pers (kranten, tijdschriften, enz.), de televisie, de radio, internet of elke andere vorm van communicatie.
De publiciteit van de student onder supervisie mag niet worden gevoerd binnen groepen van andere studenten onder supervisie of andere docenten.
De betaling van de student onder supervisie is niet lager dan het gemiddelde bedrag dat door gekwalificeerde docenten wordt gevraagd in de stad waar de praktische stage wordt gehouden.
Tijdens en na de supervisies, tot aan het behalen van de titel van Biodanzadocent, mag iedere student slechts één Biodanzales per week geven en is niet bevoegd tot het geven van Biodanzaworkshops van welke soort of tijdsduur dan ook.
Wanneer de student toestemming van de directeur heeft gekregen om aan de praktische stage te beginnen, mag hij/zij de cursus in maximaal twee jaar afronden, waarin zijn begrepen het voltooien van de praktische stage en het schrijven en presenteren van de monografie.
Na het verstrijken van de vereiste termijn moet de student opnieuw alle zeven workshops Methodologie bijwonen en een praktische stage les geven, met betaling van alle daaraan verbonden kosten.
4.3-De monografie
Aan het einde van de opleiding zal de student een monografie schrijven over een onderwerp goedgekeurd door de directeur van de school, betreffende een theoretisch of praktisch aspect van Biodanza. Het theoretische onderwerp moet gaan over een of meer aspecten van de theorie van Biodanza en het praktische onderwerp over de ervaring met de groep in de praktische stage.
De monografie zal worden opgesteld met de steun van de leerkracht die verantwoordelijk is voor de supervisies van de kandidaat.
De monografie zal worden gecorrigeerd, en zal nog twee supervisies nodig hebben:
• De eerst gerealiseerd door de superviserende didactische begeleider verantwoordelijk voor de supervisies.
• Ten tweede, ook eind beoordeling genoemd, wordt gerealiseerd door de directeur van de school.
De beoordelingsmaatstaven voor evaluatie van de monografie zijn als volgt:
- Theoretische en methodologische consistentie en nauwkeurigheid;
- Samenhang met het Biocentrisch principe;
- Redactioneel correct en esthetische presentatie van het werk.
Elk uur supervisie voor de monografie zal net zo worden betaald als een uur supervisie voor de praktische stage.
4.4-De presentatie ceremonie van de monografie om het behalen van de titel en het diploma van de Biodanza leraar.
Aan het einde van het volledige pad van de opleiding en voor de presentatie van de monografie, en het uiteindelijk toekennen van de titel van Biodanza docent, moet de directeur het complete opleidingscurriculum van de student overdragen aan de IBF, of aan de door hen aangewezen instantie of persoon
Dit curriculum moet bevatten:
• Het aantal gegeven supervisies met data en plaats waar ze hebben plaatsgevonden;
• De naam van de verantwoordelijke tutor-didactisch docent en laatste opmerkingen van de supervisies;
• De titel van de monografie en aantekeningen van de verantwoordelijk supervisor;
• Toelichtingen die de directeur over de monografie heeft gemaakt en respectievelijke goedkeuring.
De IBF, of de door hen aangewezen instantie of persoon, geeft vervolgens toestemming voor het presenteren van de monografie, vooropgesteld dat het bovengenoemde en alle andere zaken in hun bezit, verband houdend met de opleiding, overeenkomt met dit reglement.
De presentatie van de monografie moet worden georganiseerd en voorgezeten door de directeur van de school waar de student staat ingeschreven, en moet gebeuren voor een commissie van minimaal drie tutor en didactische: de directeur van de school, de verantwoordelijk supervisor van de praktische stage en een andere competente leraar uit het College van leraren (die met grote regelmaat aanwezig is geweest in de opleidingscyclus van de leerling in de opleiding)
In het geval dat de superviserende tutor en didactische verantwoordelijk docent niet kan deelnemen, kan hij/zij worden vervangen door een andere tutor didactisch docent uit het college van docenten van de school, op uitnodiging van de directeur nadat deze kennis heeft genomen van de suggesties van de verantwoordelijke superviserende docent.
In het geval dat de tutor didactische docent die de meeste workshops tijdens de opleiding van de student heeft bijgewoond niet kan deelnemen, kan hij/zij op uitnodiging van de directeur worden vervangen door een andere toeziend docent, die wel of niet deel uitmaakt van het docententeam van de school
De ceremoniële presentatie van de monografie moet plaatsvinden in de school waar de student staat ingeschreven, waarbij collectieve gebeurtenissen met andere scholen of congressen of andere thematische gebeurtenissen moeten worden vermeden.
Wanneer de monografie is gepresenteerd en de uiteindelijke goedkeuring van de directeur is verkregen, met voorafgaande instemming van de andere commissieleden, zal de directeur zelf het oordeel van de commissie aan de IBF bekendmaken
Het oordeel van de commissie dat door de directeur aan de IBF is bekendgemaakt zal worden bekrachtigd door de IBF, die vervolgens de titel van Biodanza docent zal uitvaardigen met het bijbehorende diploma, met het internationale registratienummer
De IBF zal de nieuwe docent de lijst met rechten en plichten betreffende Biodanza docenten doen toekomen.
4.5- Geschreven verslag van de theorie
De student in opleiding moet een verslag schrijven over de theorie die in iedere workshop wordt behandeld, en dat inleveren bij zijn/haar tutor docent, die het verslag zal lezen en aan de student teruggeven met een korte geschreven reactie.
De tutor docent zal de directeur periodiek (ongeveer iedere zes maanden) informeren over de regelmaat waarmee de student zijn/haar geschreven verslagen inlevert en deze verslagen van commentaar voorzien.
4.6- Aanwezigheid
De student is verplicht om alle workshops en seminars te volgen van de school waar hij/zij staat ingeschreven.
Afwezigheid moet worden gemotiveerd.
In het geval van afwezigheid tijdens een workshop en/of een theoretisch-vivenciele seminar van de opleiding moet dit onderdeel worden ingehaald, bij voorkeur bij de groep van de volgende cyclus van de school waar de student staat ingeschreven, of, als tweede mogelijkheid, bij een andere school.
Per schooljaar kunnen maximaal twee workshops bij een andere school worden ingehaald.
Hoewel alle Rolando Toro System® Biodanzascholen een Uniek Programma volgen, houdt de opleiding een proces in dat wordt geleid door een specifieke directeur binnen een specifieke groep.
Het mogelijk deelnemen aan workshops van een andere school om gemiste workshops in te halen mag de lopende opleiding bij de school niet belemmeren.
Telkens wanneer een student een workshop inhaalt bij een andere school moet hij/zij het betreffende bewijs van aanwezigheid overhandigen aan de directeur van de school waar hij/zij staat ingeschreven.
In het geval dat de datum van een workshop of een theoretisch-vivencieel seminar van de opleiding samenvalt met de datum van een workshop of seminar die/dat ingehaald moet worden bij een andere school, moet de student de workshop of het seminar volgen van de school waar hij/zij staat ingeschreven.
In zo’n geval moet de student, samen met de directeur van zijn/haar school, een nieuwe mogelijkheid zoeken om het gemiste werk in te halen.
Ook wanneer de student een workshop of theoretisch-vivencieel seminar om een gerechtvaardigde reden mist, moet hij\zij niettemin 50% betalen van het totaalbedrag van het betreffende onderdeel.
Als de student een gemiste workshop of seminar inhaalt bij zijn/haar eigen school, moet hij/zij alleen de resterende 50% van het betreffende bedrag betalen. Als de student daarentegen een gemiste workshop of seminar inhaalt bij een andere school, moet hij/zij het totale bedrag van de betreffende workshop of het seminar betalen.
Een niet-gerechtvaardigde afwezigheid van een student bij drie of meer opleidingsmodules (workshop of seminar) zal beschouwd worden als het opgeven of verlaten van de opleiding en dientengevolge kan de directeur de inschrijving van de student bij de school opschorten
5. Het unieke opleidingsprogramma
5.1. Verplichte modules
5.1.1. Theoretisch-vivenciële workshops over specifieke Biodanza onderwerpen
1. Definitie en theoretisch model van Biodanza
2. Vitaal onderbewustzijn en Biocentrisch principe
3. De vivencia
4. Biologische aspecten van Biodanza
5. Fysiologische aspecten van Biodanza
6. Psychologische aspecten van Biodanza
7. Identiteit en integratie
8. Trance en regressie
9. Mythologische en filosofische voorgangers van Biodanza
10. Contact en strelingen
11. De menselijke beweging
12. Vitaliteit
13. Seksualiteit
14. Creativiteit
15. Affectiviteit
16. Transcendentie
Biodanza en Neurosciences
17. Mechanismen van de werking van Biodanza
18. Toepassingen en uitbreidingen van Biodanza
19. Biodanza, Ars Magna
20. Biodanza en sociale actie
21. De muziek in Biodanza
22. Methodologie I ( Muzikale semantiek)
23. Methodologie II ( De Biodanzales)
24. Methodologie III (De Biodanzales – vervolg)
25. Methodologie IV ( Wekelijkse Biodanzales en workshops)
26. Methodologie V (De Biodanzagroep)
27. Methodologie VI (Maatstaf voor evaluatie van de ontwikkeling in Biodanza)
28. Methodologie VII (Bestuderen van de Officiële Lijst van oefeningen, presentatie en muziek van Biodanza)
A.2- Theoretisch-vivenciële seminars met thema die betrekking hebben op de theorie van Biodanza
De student moet gedurende de opleiding aan minimaal drie en maximaal acht theoretisch-vivenciële seminars deelnemen.
Deze seminars hebben betrekking op de theorie van Biodanza en verschaffen een dieper inzicht in specifieke theoretische onderwerpen. Ieder seminar wordt gevolgd door een vivencia. De seminars worden in de loop van de opleiding aangekondigd.
B. Facultatieve modules
B.1- Minotaurus Project
Gedurende de opleiding zijn er een of twee Minotaurus Project-workshops, beide facultatief.
6. De titel van Biodanzadocent
6.1. De titel van Biodanzadocent geeft recht op:
• het gebruik van de naam Biodanza – Rolando Toro System® en zijn logo, beide eigendom van Professor Rolando Toro Araneda, altijd met gebruik van de juiste toepassing van het Biodanzasysteem;
• het toepassen van de Biodanza methodologie , zoals onderwezen in de scholen en gecreëerd door Professor Rolando Toro Araneda, met gebruik van de door hem ontwikkelde en verordende oefeningen in samenhang met zijn theoretisch model en zijn formulering van het Biocentrisch principe;
• het uitoefenen van het beroep van Biodanzadocent overal ter wereld;
• het opzetten van eigen Biodanzacentra om wekelijkse Biodanzalessen en/of workshops te geven (maar geen opleidingsschool);
• het leiden van Biodanzagroepen binnen privé- of openbare instellingen;
• het bekendmaken van lessen/cursussen via de pers, radio, TV, internet of andere communicatievormen.
6.2. De titel van Biodanzadocent geeft geen recht op het methodologische Biodanza erfgoed, dat eigendom is van Professor Rolando Toro Araneda en de International Biocentric Foundation.
Het methodologische Biodanza erfgoed bestaat uit de bezigheden van het methodologisch richting geven, alsmede toezicht en controle op het functioneren van de Biodanza Opleidingsscholen met alle daarbijbehorende zaken, zoals bijvoorbeeld:
• het opzetten van Biodanza Opleidingsscholen;
• het benoemen van directeuren van Biodanza Opleidingsscholen;
• het uitwerken en in gang zetten van het opleidingsprogramma in Biodanza;
• het uitreiken van Biodanzadiploma’s;
• het herroepen van de titel van Biodanzadocent;
• het uitwerken van de programma’s van de specialisatiecursus binnen Biodanza, de respectieve organisatie of coördinatie van de specialisatiecursus binnen Biodanza;
• het opleiden tot tutor Biodanzadocenten;
• het opleiden tot didactische Biodanzadocenten.
Het methodologisch richting geven van het Biodanzasysteem is het exclusieve werkterrein van zijn schepper, Professor Rolando Toro Araneda.
6.3. De titel van Biodanzadocent kan door de IBF in de volgende gevallen worden herroepen:
• bij het onjuist toepassen van de theorie en methodologie van het Biodanza – Rolando Toro System®;
• bij het niet in acht nemen van de systematische samenhang in de toepassing van de theorie en methodologie van het Biodanza – Rolando Toro System®;
• bij ernstig gebrek aan ethisch karakter tegenover studenten, collega’s, de IBF en de gemeenschap als geheel.